Een buurtmotor voor de Kruisherensite.

TRAJECTBEGELEIDING / EDITH WOUTERS ism Joep Gosen (tekeningen), 2019-2020.

De initiële opdracht omvatte een herbestemmingsstudie voor de als monument beschermde Kruisherenkerk, die deel uitmaakt van een kloostersite vlakbij de Grote Markt van Diest.

Gezien de bestemming van de Kruisherenkerk niet los gezien kan worden van de toekomstige ontwikkeling van de site als geheel startten we parallel aan het onderzoek naar de herbestemming van de kerk een haalbaarheidsstudie met ontwerpend onderzoek, waarin gezocht wordt naar een kwalitatieve, gemengde woonomgeving. Voor de site onderzochten we enkele scenario’s. Dat gebeurde op basis van een maximum programma dat door de eigenaar vzw Sint-Annendael voor de site werd opgesteld. Het programma omvatte een woonzorgcentrum met betaalbare dagprijs en een mix van woonvormen (eengezinswoningen, assistentiewoningen, beschut wonen, ouderenzorg met dagverzorging, kortverblijf en pure woonzorg). De scenario's werden afgetoetst in relatie tot de kerk en hoe de kerk dan (financieel) een invulling kan krijgen. 

Op basis van de geïnventariseerde informatie zochten we in dit herbestemmingsonderzoek naar herbestemmingsscenario’s en draagvlak voor een holistische aanpak van de site. In een inventarisatieworkshop haalden we extra kennis en aandachtspunten op bij diverse stakeholders. Hierbij komt vaak waardevolle kennis naar boven. Denk aan emotionele betrokkenheid, mondelinge overlevering, contactpersonen, en dergelijke meer. Dit is een belangrijke reden om stakeholders reeds in de inventarisatiefase te betrekken. Tegelijk testten we de gebruikswaarde van ruimte door een specifieke opstelling van stoelen en tafels en kregen zo een eerste gevoel van de belevingswaarde en de akoestiek van de kerk. In een tweede fase betrokken we diverse stakeholders bij een co-creatieve scenariovorming, in een scenarioworkshop. 

In tussentijd werd de kerk al eens tijdelijk gebruikt voor recepties en evenementen.

 

De waardering van de site, de ambities voor de buurt, het draagvlak voor bepaalde herbestemmingen, de draagkracht van kerk en site en een mogelijke financieringsmix bepalen de contouren voor een toekomstige herbestemming voor de voormalige Kruisherenkerk in combinatie met kwalitatief en kernversterkend wonen in het centrum van de stad.

 

Een toekomstige functie voor de kerk situeert zich in de regionen van een bruisende buurthub, een multifunctionele ontmoetingsruimte waar iedereen welkom is. Deze bestemming, sluit aan bij de ambities voor de site als zorgvriendelijke buurt en benut de sterktes van de kerk. Zo ontstaat een meerwaarde voor de hele omgeving. 

 

In een inloopruimte kunnen passanten de weg vinden naar eventuele zorg waaraan ze behoefte hebben. Dat kan gaan om een warme stem, een kopje koffie, een warme plek om te schuilen, informatie of meer fundamentele hulp. Een lokaal dienstencentrum – met spreekruimtes, een koffiecorner, een flexibele agoraruimte –, dat occasioneel ook ruimte biedt voor een feest, een beurs of een markt, en nauw gekoppeld is aan een woon(zorg)project zou hieraan op een holistische manier kunnen voldoen. 

 

Ruimtelijke ingrepen in de kerk zien we liever beperkt. Zo wordt het beschermd monument in ere gehouden en blijven andere opties in de toekomst mogelijjk. De gebruikswaarde van de kerk kan verhoogd worden, bijvoorbeeld door het toevoegen van een buitenvolume dat de toegankelijkheid van de kerk, het koor, de sacristie en de voormalige nachtkapel regelt. Op die manier kunnen deze ruimtes onafhankelijk van elkaar worden gebruikt.

 

Een gefaseerde aanpak van de kerk verhoogt de haalbaarheid. In eerste instantie gaat het om instandhoudingswerken aan de buitenkant, terwijl een comfortverhoging – het inbrengen van een klimaatregeling, verlichting en lichte ingrepen – de kerk al bruikbaar maken als buurthub.

 

Van groot belang is de manier waarop nieuwe ruimtelijke ingrepen op de site worden ingebracht. Dat geldt zowel voor de grote schaal – of het nu gaat om een klein paviljoen dat wordt bijgebouwd of over een toren die de concurrentie met de torenspits aangaat – als voor de kleine schaal, en dit tot op het niveau van het architectuurdetail.

 

Het samenwerken met partners voor de ontwikkeling van de site als geheel biedt meerwaarde. Dat is zeker het geval voor de ontwikkeling van een inclusief woon- en zorgconcept waarin verschillende woonvormen een plaats kunnen krijgen. Een project dat ten volle inzet op een daadwerkelijk zorgzame buurt sluit aan bij de huidige zoektocht van vele ontwerpers,  burgers, zorgverstrekkers en lokale besturen naar een robuuste woonomgeving waarvan waardevolle elementen in de bestaande context  en onzichtbare zorg deel uitmaken. Naar aanleiding van de pilootprojecten zorg die enkele jaren geleden werden opgestart verwoordde toenmalig minister Jo Vandeurzen het zo: “Vermaatschappelijking betekent dat de zorg en hulpverlening zich nestelt in het leven van elke dag.” De Kruisherensite is bij uitstek een goede locatie voor het realiseren van de ambities die toen werden geformuleerd: (1) het versterken van woonkernen met voldoende inwoners, (2) het beleidsbreed integreren van welzijn, (3) het inzetten op nieuwe woonvormen, (4) het ruimte maken voor ontmoeting, (5) het verbinden van mensen en de buurt met publieke ruimte, (6) het voorzien van één huis, één netwerk en één adres voor zorgvragen, (7) het benutten van het kapitaal van de buurt, (8) het herdenken van het opdrachtgeverschap door het aangaan van allianties.

Het werkmodel van de buurtmotor biedt een iteratief ontwikkelingskader dat voortschrijdend inzicht toelaat, bestaand buurtkapitaal inzet en meerwaarde biedt voor kerk, site en buurt.

 

Een dergelijke integrale en ambitieuze ontwikkeling van de site biedt bovendien mogelijkheden in het verbinden van kwalitatieve ruimtelijke processen en innovatieve zorgtrajecten. Een vervolgtraject zien we in het aantrekken van partners waarmee de site de katalysator kan worden voor een zorgvriendelijke buurt. Zijn de partners bekend, dan kan een projectdefinitie voor de site worden opgemaakt, waarvoor deze studie de basis kan zijn. 

 

Het is nu aan de eigenaar om samenwerking te zoeken met mogelijke partners en de stad om verdere stappen te zetten, op weg naar een zorgzame buurt, waar het aangenaam toeven is en “waar we zelf ook willen wonen”.